Veilen als circulaire stap: hoe geef je materieel een tweede leven?

Latest update:
Index

    De transitie naar een circulaire economie gaat niet alleen over wat organisaties inkopen, maar ook over wat er gebeurt met producten en materialen wanneer ze niet meer nodig zijn. Een veegmachine, partij tegels of honderd bureaustoelen verdwijnen niet zomaar uit de keten: vaak hebben ze nog waarde en kunnen ze elders opnieuw worden gebruikt.

    Hoe zorg je er als organisatie voor dat die restwaarde niet verloren gaat? We spraken Laurens Damminga, veilingadviseur bij Onlineveilingmeester.nl, over het afstoten van materieel en de mogelijkheden om producten een tweede leven te geven.

    Waarom loont het om verder te kijken dan de inkoop?

    ‘Binnen de overheid is er altijd veel aandacht geweest voor het inkoopproces. Maar juist bij het inkopen is het belangrijk om ook na te denken over wat er aan het einde van de levensduur met materialen gebeurt. Die laatste stap krijgt nog niet dezelfde aandacht, terwijl daar veel te winnen is. Neem een partij boomkransen. Die belandt nu nog vaak zomaar in de container bij het oud ijzer, zonder dat we ons afvragen wat er daarna mee gebeurt.

    Wij zien nu wel dat die aandacht groeit. We hebben jarenlang moeten aankloppen en bellen om binnen organisaties de juiste persoon te vinden, iemand die verantwoordelijk is voor het materieel aan het eind van de rit. Dat begint nu zijn vruchten af te werpen.’

    Hoe zorg je ervoor dat afgedankt materieel een nieuwe bestemming krijgt?

    ‘Het begint bij een aanmelding op ons veilingplatform. Daarna neemt een veilingadviseur contact op. Daarna neemt een veilingadviseur contact op. Die denkt mee over de verwachte waarde en de restwaarde van het product. Vervolgens kijken we of er voldoende vraag is naar wat wordt aangeboden.

    Daarna krijgt het product een eigen pagina op onze site. Het bieden begint meestal bij tien euro. We stemmen ook af wat de koper van ons kan verwachten en vooral ook wat niet. Dat verschilt per project. Bij een fabriek van een waterschap met zware machines vragen we bijvoorbeeld een plan van aanpak, want je wilt geen ongelukken.

    Een mooi praktijkvoorbeeld is de rokersoverkapping van het Summa College in Eindhoven, die nu bij ons op de veiling staat. Het terrein werd rookvrij, dus de overkapping kon weg. Voorheen werd daar al snel gekozen voor slopen, nu krijgt het een tweede leven. Mogelijk houdt de school er zelfs nog een paar duizend euro aan over.’

    Waarom veilen als de financiële opbrengst niet doorslaggevend is?

    ‘Geld is maar één van de redenen waarom organisaties voor een veiling kiezen. Wij zien eigenlijk altijd vier argumenten terug.

    Het eerste is transparantie: iedereen krijgt de kans om te kopen wat wordt aangeboden. Het tweede is ontzorgen, want wij nemen de organisatie het hele verkoopproces uit handen. Dat scheelt ook in kosten. Laat je iets slopen, dan gebeurt dat volgens de VCA-richtlijnen met mensen die tachtig euro per uur kosten, terwijl de koper het bij verkoop gewoon zelf ophaalt. Het derde argument is circulair hergebruik: het product blijft in gebruik en krijgt een tweede leven. En het vierde is de financiële opbrengst zelf.

    Het is dus altijd een combinatie van die vier. Bij een school of gemeente weegt de opbrengst meestal het minst zwaar, maar de andere drie argumenten tellen dan des te meer mee. Soms ligt het accent weer ergens anders, en is bijvoorbeeld transparantie voor een organisatie het belangrijkste.’

    Hoe kun je bij de inkoop rekening houden met de restwaarde?

    ‘Kijk bij de aanschaf al naar de situatie waarin je het product later weer kunt verkopen. Kies je voor een product van lage kwaliteit, dan is de kans groot dat het sneller vervangen moet worden en weinig restwaarde heeft. Kies daarom voor een product van goede kwaliteit. Je investeert vooraf misschien meer, maar je haalt er aan het eind ook meer restwaarde uit én het gaat langer mee.

    Bij een aanhanger zie je hetzelfde. Standaard schrijf je die in tien jaar af, maar een goed onderhouden aanhanger gaat twintig jaar mee. Een veegmachine is weer anders, die reken je gewoon in draaiuren. Denk dus per productgroep na: hoe lang gaat het mee, hoe haal ik als organisatie het maximale eruit en wat is de waarde aan het eind?

    Diezelfde vraag geldt niet alleen voor de levensduur bij ons, maar ook voor wat een product elders nog waard is. Wat voor ons niet meer voldoet, voldoet ergens anders vaak nog prima. Neem een brandweervrachtwagen die wij verkochten: die gaat gewoon weer mee naar een kazerne in Kroatië en wordt daar verder gebruikt. Hetzelfde zie je bij een ladder van de brandweer die hier niet meer door de keuring komt. Voor de overheid is dat afgekeurd materiaal voor die specifieke setting, maar voor een particulier of een boer is het nog prima bruikbaar. En kun je er zelf niet meer op klimmen, dan is er vaak nog een heel andere toepassing te bedenken.

    Geef het product dus gewoon een kans om nog hergebruikt te worden. Er is vaak nog veel meer mogelijk dan je in eerste instantie zou denken.’

    “Geef het product een kans om nog hergebruikt te worden.”

    Laurens Damminga

    Verkopen overheden ook aan elkaar?

    ‘Van overheid naar overheid is dat nog niet de standaard, maar de voorbeelden die er al zijn laten zien wat er mogelijk is. Zo bood gemeente Schagen een Ford Ranger aan die eerder bij een reddingsbrigade in dienst was. Een materieelbeheerder van gemeente Almere zocht precies zo’n type voertuig voor de gladheidsbestrijding, en kocht hem. Ook gemeente Leiden vond op die manier een hoogwerker voor gebruik in de eigen loods, en scheelde daarmee flink geld ten opzichte van nieuw.

    Iets vergelijkbaars gebeurde met gladheidsmaterieel van gemeente Eindhoven. Dat voldeed niet meer aan hun eigen standaard, maar een andere gemeente hanteerde een lagere standaard en kon er na wat onderhoud nog jaren mee vooruit.

    Wat deze voorbeelden gemeen hebben, is dat de kopende partij vooral keek naar wat ze precies nodig hadden, niet naar wat er nieuw beschikbaar was. Ik heb nu bijvoorbeeld een partij die een trekker zoekt voor de gladheidsbestrijding, en die mag acht jaar oud zijn, als hij maar aan de eisen voldoet. Dat scheelt flink, want er zijn genoeg gemeenten die daarvoor een nieuwe machine kopen, terwijl die straks toch alleen maar in het strooizout staat.’

    Waar staat veilen op de R-ladder?

    ‘Wij zitten met onze activiteiten tussen R3 en R6, van hergebruik tot en met onderdelen opnieuw inzetten. En we hebben daar zelf nooit iets voor aangepast. Wij zijn gewoon een marktplaats, zoals een rommelmarkt dat altijd al was. Vraag en aanbod bij elkaar brengen, dat is de kern van wat we doen.

    Dat samenbrengen van vraag en aanbod levert soms meer op dan je zou verwachten. NS had stenen van een stationsgebouw. Die hebben wij verkocht en de koper heeft er iets in zijn eigen woning mee gedaan. Dat noem ik repurpose: hetzelfde materiaal, een andere functie.’

    Hoe neem je afstoten mee in je inkoopproces?

    ‘Neem het afstoten mee in het aanbestedingstraject. Met verschillende opties: verkopen, inruilen, weggeven. Dan heb je meteen een belangrijke stap gezet, want dan komt de vraag in ieder geval op tafel: wat doen we straks als we hier klaar mee zijn.’

    Meld je aan voor de nieuwsbrief

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van nieuws, tips en events over circulair inkopen in de toekomst.