Naast nieuwbouwprojecten moet er de komende jaren ook in de bestaande bouw veel gebeuren, vooral om de gebouwde omgeving energieneutraal te maken. Vanuit die grote opgave liggen er in de bouw veel kansen om met het circulaire gedachtegoed aan de slag te gaan.
Voor een circulaire gebouwde omgeving zijn twee principes het meest relevant:
Zorg dat je je circulaire ambitie altijd valideert in een marktconsultatie, omdat de aandachtspunten per opgave kunnen verschillen.
Een gebouw bestaat uit verschillende elementen. Ieder element heeft een eigen functie en een eigen levensduur. Dit is samengevat in het onderstaande model, waarin je zes ‘schillen’ van een gebouw ziet. Ter illustratie: een gevel (skin) heeft een technische levensduur van zo’n 20 tot 40 jaar, terwijl de inrichting (space plan) een levensduur heeft van zo’n 10 jaar.
Daarnaast kan het zo zijn dat je een tijdelijke behoefte hebt voor een bepaalde functie. Ook ‘tijdelijke’ panden vallen – vanwege hun losmaakbaarheid – onder de noemer ‘circulair’. Voorbeelden zijn de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam en horecagelegenheid The Green House in Utrecht.
In het ontwerp van een gebouw kun je verschillende circulaire strategieën toepassen. Zet daar afhankelijk van het type gebouw, de opgave en soms de ‘laag’ van een gebouw in op een van deze strategieën:
Materiaalkeuze is een belangrijk aspect bij circulair bouwen. Daarbij heb je verschillende mogelijkheden voor ‘circulair materiaal’:
Maak een keuze die past bij de context van jouw project. Combineer je een sloop- met een bouwopgave, en vinden die na elkaar plaats? Zoek dan naar mogelijkheden om materialen uit de sloop te gebruiken bij de nieuwbouw. Daarbij is het belangrijk om goed naar de timing te kijken, zodat je de materialen ook daadwerkelijk kunt toepassen.
Bouw je een nieuw gebouw in een natuurlijke omgeving? Leg dan de focus bijvoorbeeld meer op biobased materialen.
Wil je inzichtelijk hebben wat er in een gebouw zit? Vraag in dat geval om een materialenpaspoort. In zo’n paspoort staat uit welke materialen en componenten een gebouw bestaat, op welke plaats deze materialen en componenten zich bevinden, en hoe je deze onderling uit elkaar haalt. Er zijn verschillende systemen waarmee je materiaalpaspoorten kunt genereren.
Vanuit Platform CB’23 zijn er afspraken gemaakt over het soort informatie dat van een gebouw wordt vastgelegd en de wijze waarop dit gebeurt. Het doel van deze afspraken is te zorgen voor een uniforme werkwijze bij het creëren van paspoorten voor de bouw. De afspraken zijn te bekijken in deze leidraad.
Moet een pand toch worden gesloopt – of in feite worden gedemonteerd? Bepaal dan de mogelijkheden voor maximaal hoogwaardig hergebruik van het vrijkomende materiaal.
Afhankelijk van de staat van het gebouw kunnen er onderdelen zijn die je elders kunt gebruiken. Kan dat niet meer? Stuur dan op hergebruik van materiaal.
Een belangrijk aandachtspunt bij ‘circulair slopen’ (in feite demonteren) is dat dit meer tijd en arbeid kost dan traditionele sloop van een pand; het netjes uit elkaar halen van onderdelen duurt langer dan een klap met een sloopkogel, maar zorgt dat materialen hun waarde beter behouden. Het is dus belangrijk om voldoende tijd te nemen voor de sloop. Houd hiermee rekening tijdens je aanbestedingstraject.
Er is niet één definitie van een ‘circulair gebouw’. De verschillende circulaire gebouwen die op dit moment in Nederland vaak als voorbeeld worden gebruikt, hebben ieder een eigen onderscheidend verhaal – en daarmee andere aspecten op wat hen circulair maakt. Acht voorbeelden:
Schrijf je vast in voor de nieuwsbrief en dan houden we je in de toekomst op de hoogte over nieuws, tips en events rondom circulair inkopen.