Circulair inkopen begint bij productdata: ‘Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden’

Latest update:
Index

    Er komt Europese wetgeving rondom het digitale productpaspoort aan. Die verplicht producenten om aan te geven wat er in hun product zit en waar het vandaan komt. Daarmee komt steeds meer relevante productinformatie beschikbaar. Dat biedt inkopers nieuwe mogelijkheden om risico’s beter te beoordelen en gerichter uit te vragen op bijvoorbeeld herkomst, levensduur en repareerbaarheid. Het programma CIRCONNECT ontwikkelt leidraden voor verschillende productgroepen die je daarbij op weg helpen. We spraken programmamanager Iris Grobben over criteria, ambitieniveaus en waarom je nu al kunt beginnen.

    Kan je ons vertellen wat CIRCONNECT doet

    ‘CIRCONNECT is een circulair design programma (TKI CLICKNL), mede mogelijk gemaakt met financiering vanuit de overheid. Wij vertalen kennis van hogescholen, universiteiten, Kennisinstituut Duurzaam Verpakken en TNO naar praktische hulpmiddelen voor circulair ontwerp. We richten ons vooral op bedrijven en hun ketens in de maakindustrie, kunststoffen, consumentengoederen en bouw[AV1] . De kennis is er wel, maar niet in een vorm dat een MKB-bedrijf in staat stelt het makkelijk te gebruiken in eigen praktijk. Innovatie is bij heel veel bedrijven een proces waarin je al doende leert. Onze rol is om die kennis praktisch toepasbaar te maken, zodat ze stappen kunnen zetten zonder er expert in te hoeven worden.

    Circulaire innovaties komen pas van de grond als er vraag naar is. Daarom maakt CIRCONNECT de kennis die het voor producenten ontwikkelt ook bruikbaar voor inkopers. Een voorbeeld: in de CIRCO Track, een driedaagse workshop waarin bedrijven een nieuwe circulaire propositie ontwikkelen, zit inmiddels een opdrachtgeversmodule waarmee je je eigen circulaire opdracht ontwerpt. Die kennis ontwikkelen we ook als het gaat over de productdata die straks beschikbaar komt. Daarvoor ontwikkelden we het Grondstof- & Productpaspoort.

    Welke hulpmiddelen hebben jullie ontwikkeld?

    ‘Het Grondstof- & Productpaspoort is een praktische module met onderliggende leidraad. Die helpt je bepalen welke productinformatie relevant is en welke concrete criteria je kunt uitvragen. Die criteria komen voor een deel uit wetgeving die eraan komt en zijn dus product specifiek. In de leidraad voor machinebouw staat bijvoorbeeld iets anders dan in die voor klimaatinstallaties. Voor bedrijven helpt het om productdata te identificeren die relevant is voor hun bedrijf én deze strategisch te gebruiken voor ontwerpkeuzes, onderhoud, terugname en nieuwe waardeproposities. Voor inkopers is vooral de selectie van relevante datapunten belangrijk en kunnen ze vanuit daar criteria opnemen in hun inkoopprocedures. De winst zit erin dat je per productgroep aangereikt krijgt welke datapunten vanuit de komende wet- en regelgeving relevant zijn.

    Naast het paspoort maakten we de ‘Circulaire Criteria Klimaatinstallaties’, een leidraad voor opdrachtgevers in woning- en utiliteitsbouw. Die helpt je je circulaire ambities te vertalen naar concrete inkoopeisen. Je legt vast welke prestaties je van een product en van een leverancier verwacht, en waarop je de aanbiedingen beoordeelt. Als deze wordt gebruikt in alle aanbestedingen en er uniform wordt uitgevraagd, weten producenten ook waar ze aan toe zijn. De criteria geven richting aan wat je wilt bereiken, het paspoort maakt zichtbaar welke productinformatie je daarvoor nodig hebt.

    Hoe werkt het digitale productpaspoort?

    ‘Het digitale productpaspoort (DPP) moet ervoor zorgen dat informatie over een product toegankelijk en uitwisselbaar wordt binnen de keten. Denk aan samenstelling, herkomst, onderhoud en mogelijkheden voor hergebruik.

    Via een QR-code of een andere gegevensdrager kun je toegang krijgen tot de relevante productinformatie. Verschillende partijen in de keten beheren de gegevens en koppelen die aan elkaar. Neem neodymium, een zeldzaam aardmetaal dat nodig is voor sterke magneten. Een grondstofproducent legt informatie over herkomst en samenstelling vast. Elke volgende partij bewerkt het materiaal en genereert een nieuwe code, waarin de eerdere informatie meegaat. Zo komt het uiteindelijk als magneet in een windturbine terecht.

    “ Als inkoper koop je uiteindelijk een windturbine, maar je wilt ook weten welke kritieke grondstoffen erin zitten, bijvoorbeeld neodymium, waar die vandaan komen en welke risico’s daaraan verbonden zijn. Het digitale productpaspoort moet informatie uit verschillende schakels van de keten beter met elkaar verbinden. Zo kun je als inkoper gerichter informatie opvragen bij je leverancier, zonder zelf de hele keten in kaart te hoeven brengen.”

    De Europese Commissie heeft het DPP-register op 20 juli 2026 operationeel gemaakt. De sectorspecifieke verplichtingen worden nog gefaseerd uitgewerkt. Voor de eerste categorieën gelden vanaf 2027 verplichtingen, maar bedrijven kunnen nu al beginnen met het organiseren van hun productdata.

    Wat verandert er voor inkopers?

    ‘Neem een luchtbehandelingskast. Als circulair inkoper wil je niet alleen weten hoeveel materiaal erin zit of wat de aanschafprijs is. Je wilt ook weten hoe lang belangrijke onderdelen meegaan, of ze vervangen kunnen worden en hoe lang de fabrikant ondersteuning biedt. Met die informatie kun je sturen op een langere gebruiksduur, minder onderhoudskosten en minder risico op stilstand. Tegelijk geef je producenten een reden om hun producten daarop te verbeteren.

    Je maakt je ambitie expliciet. De circulaire criteria komen bovenop de eisen die je toch al stelt aan prestaties, energiegebruik en veiligheid, dus je zet er altijd een stap bovenop. Hoe groot die stap is, bepaal je zelf.

    En je vraagt niet alleen op getallen uit. Onderhoud, terugname en reparatiemogelijkheden vraag je kwalitatief uit, en die maak je toetsbaar door bewijsstukken te vragen.  Dat niet elke leverancier alle data al kan leveren, is juist een reden om de leidraad erbij te pakken.’

    Is de markt er al klaar voor?

    ‘Er zit beweging in, maar de markt moet nog een stap zetten. Woningcorporaties en gemeenten die klimaatinstallaties uitvragen, nemen in toenemende mate circulaire criteria op. Maar de vertaling naar concrete eisen verschilt enorm. De ene opdrachtgever vraagt om modulariteit, de andere om losmaakbaarheid en weer een andere om een lange levensduur.

    Als opdrachtgevers meer vanuit dezelfde criteria werken, weten producenten beter waarop ze kunnen investeren. Dat is belangrijk, want een product ontwikkelen dat langer meegaat of gemakkelijker te repareren is, vraagt investeringen. Producenten moeten erop kunnen vertrouwen dat opdrachtgevers die verbeteringen ook daadwerkelijk gaan waarderen.

    Daarbij wachten beide kanten op elkaar. Het is echt een kwestie van de kip en het ei. Producenten zeggen: ja, maar niemand vraagt het mij. En inkopers zeggen: ja, maar de markt levert het niet. Wij lossen dat op door te laten zien welke aspecten je kunt uitvragen en op welke aspecten producenten moeten gaan leveren.’

    Heb je tips voor inkopers?

    ‘Veel publieke en maatschappelijke organisaties hebben circulaire inkoopdoelstellingen vastgesteld. De uitdaging is om die doelstellingen te vertalen naar concrete eisen aan de producten en diensten die ze aanschaffen. Mijn advies is om één concrete productgroep te kiezen, bijvoorbeeld klimaatinstallaties, en die helemaal uit te werken. Weeg je milieu-impact even zwaar als het gebruik van kritieke grondstoffen? Leg dat vast in een eigen afwegingskader, zodat je bij elke beslissing consistent kijkt naar dezelfde criteria. In plaats van dat je losse dingen belangrijk verklaart. Met zo’n kader weet je als inkoper waar je op terugvalt.

    Naast dat kader kun je alvast bij leveranciers uitvragen op productdata, zoals herkomst en samenstelling, ook als de markt daar nog niet altijd antwoord op heeft. Noteer per vraag of het antwoord er is, deels is of ontbreekt. Zo weet je wat de markt nu al kan leveren, en wat dat straks voor je eigen kader betekent.

    Weinig tijd? Dan zijn er twee redenen om het toch te doen. Heeft je organisatie doelstellingen, dan is dit een effectievere manier om die in te vullen. Je hoeft niet zelf het wiel uit te vinden van hoe je circulair inkoopt. Je werkt namelijk heel gericht met deze criteria. Dat maakt je leven makkelijker. En zijn die doelstellingen er niet, gebruik het dan als instrument voor een betere inschatting van risico’s op heel veel thema’s.’

    Op deze manier werken biedt:

    • Opdrachtgevers: betere prestaties, lagere kosten over de levensduur en minder risico’s.
    • Producenten: meer voorspelbaarheid van de klantvraag en een duidelijkere innovatieagenda.
    • Maatschappij: minder grondstoffengebruik, lagere milieu-impact, meer waardebehoud en mogelijk grotere leveringszekerheid.

    Meer weten?

    CIRCONNECT stelt alle tools en methodieken open source beschikbaar via de eigen website. De leidraden voor klimaatinstallaties en machinebouw zijn er al. Voor laadinfrastructuur, batterijen, textiel en meubels komen ze binnenkort beschikbaar, waarmee het er zes worden.

    Bekijk de NEVI-webinar: productpaspoort klimaatinstallaties

    Meld je aan voor de nieuwsbrief

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van nieuws, tips en events over circulair inkopen in de toekomst.