Twee jaar geleden schreven we over de eerste stappen richting circulaire inkoop van zonnepanelen. Veel was toen nog in opbouw. Nu staan er concrete tools, een subsidie en tientallen aanbestedingen met duurzaamheidseisen. We spraken Robin Sinke, projectleider circulaire zonnestroomsystemen bij PIANOo, en Lukas Sloet van de Gemeente Amsterdam, die de duurzame zonnepanelensubsidie en de Zonbank trekt.
“Er zijn twee sporen. Het eerste is hergebruik: een gebruikt zonnepaneel een tweede leven geven voordat het wordt gerecycled. Het tweede gaat over nieuwe zonnepanelen die je duurzamer inkoopt. Daar richt ik me vooral op verteld Robin.
Een nieuw zonnepaneel is duurzamer als het op een paar punten beter scoort. De CO2-voetprint is er één van. Dat is de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij de productie, afgezet tegen het vermogen van het paneel. Hoe lager, hoe beter. Zo’n paneel noemen we een low-carbon paneel. Daarnaast wil je dat een paneel vrij is van schadelijke stoffen zoals PFAS, antimoon en lood. En je kijkt ook naar de arbeidsomstandigheden in de keten, want het risico op dwangarbeid in deze sector is groot.”
“De duurzaamste zonnepanelen zijn nog steeds duurder dan standaardpanelen uit Azië. Dat prijsverschil houdt veel kopers tegen. Daarom zijn we in Amsterdam een subsidie gestart die zoveel mogelijk probeert te overbruggen. Zo maken we de duurzame keuze haalbaar voor huishoudens, maatschappelijke instellingen en bedrijven,” aldus Lukas.
“Van 16 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 hebben we 64 subsidies toegekend. Daarmee zijn 3.514 duurzame zonnepanelen geplaatst in Amsterdam. De besparing komt uit op 660.000 kilo CO2-equivalent ten opzichte van standaardpanelen. Dat staat gelijk aan de gemiddelde jaarlijkse uitstoot van 35 Nederlandse huishoudens.
In de meeste van deze projecten zat er geen PFAS, antimoon of lood in de zonnepanelen. En de kans op dwangarbeid was bovendien vaak lager. Zo bereik je met één subsidie meerdere doelen tegelijk.”
“We hebben de duurzame zonnepanelenwijzer gepubliceerd op duurzamezonnepanelen.org, legt Robin uit. Dat is een overzicht van fabrikanten en hun paneelseries, gekoppeld aan concrete criteria zoals CO2-voetprint, toxische stoffen en levensduur. Begin maart stond er een eerste versie online voor feedback. Begin mei publiceerden we de nieuwe versie.
De wijzer helpt op twee manieren. Vooraf zie je hoe ver de markt is. Stel, je wilt zonnepanelen met een CO2-voetprint van maximaal 500 gram CO2-equivalent per kilowattpiek. In de tabel zie je dan dat er nog ruim 20 fabrikanten overblijven die daaraan voldoen. Genoeg markt dus. Ga je strenger eisen, bijvoorbeeld ook PFAS-vrij en een cradle-to-cradle certificaat, dan blijven er minder over. Maar dat bepaal je zelf.
Tijdens een aanbesteding helpt de wijzer je snel een eerste check te doen of een inschrijver aan je eisen voldoet. Als inkoper blijf je zelf verantwoordelijk voor de beoordeling, maar de tool neemt veel uitzoekwerk weg. Deze criteria komen na de zomer ook in de MVI-criteriatool, zodat elke publieke inkoper ze als startpunt kan gebruiken.
“Twee jaar geleden konden we vooral op duurzaamheid sturen. Op echte circulariteit was nog weinig te meten. Dat verandert nu verteld Robin.
Eind vorig jaar verscheen een Europees onderzoek naar de recyclebaarheid van zonnepanelen, het CINEA-onderzoek. Het AMS Institute heeft daaruit concrete circulariteitscriteria vertaald. Daar zitten twee meetbare criteria in. Het eerste is recycled content: hoeveel gerecycled materiaal zit er in een nieuw paneel? Hoe meer, hoe beter. Het tweede is high-value recyclable content: welk deel van de waardevolle grondstoffen kun je aan het einde van de levensduur terugwinnen?
Daarnaast is er een ontwerprichtlijn, design voor circulariteit. Dat is geen meetbare KPI, maar een principe: ontwerp een paneel zo dat het goed uit elkaar te halen is. Recycled content speelt nu al. De andere twee krijgen pas effect over 20 of 30 jaar, als de zonnepanelen het einde van hun levensduur bereiken.”
“We ontwikkelen een tijdelijk drijvend zonnepark van 2 megawattpiek bij Buiteneiland in IJburg. Dat eiland wordt de komende 15 jaar opgespoten. In die periode wekt het zonnepark stroom op voor de elektrische bouwmachines. We doen het volledig circulair, met hergebruikte bouwgrond uit Amsterdam en duurzaamheidseisen voor alle leveranciers. Wij bouwen zelf zelden op die schaal, dus dit is de kans om het toe te passen.”
“Verder is een zonnesysteem meer dan zonnepanelen alleen verteld Lukas. Denk aan omvormers en montagesystemen, en straks thuisbatterijen en warmtepompen. Als ik de wijzer presenteer, vragen collega’s meteen of we zoiets ook voor batterijen kunnen maken. Dat is de richting waar we naartoe willen.”
“Begin met low-carbon zonnepanelen die PFAS-vrij zijn. Dat kost vaak niets extra. Heb je meer budget, ga dan een stap verder en kies de meest circulaire panelen. Kom je uit Amsterdam of Rotterdam? Vraag dan subsidie aan, zegt Lukas. En gebruik de duurzame zonnepanelenwijzer als startpunt.” Robin zegt, “Gewoon gaan doen. Je kunt duurzaamheidscriteria meenemen in je inkoop. Het is nog niet overal standaard, maar het kan absoluut. Er zijn goede voorbeelden en er is markt genoeg. Sommige zonnepanelen zijn op kort termijn iets duurder, maar focus niet alleen op prijs. Juist voor op het lange termijn telt duurzaamheid. Er is geen excuus meer om het niet te doen.”
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van nieuws, tips en events over circulair inkopen in de toekomst.