Interview met Jan Jonker: hoogleraar Duurzaam Ondernemen

Laatst geupdate:
Index

    Als we nu niet doorpakken, blijven we voor altijd hopeloos aanmodderen met die betere wereld. In zijn duurzame troonrede op 1 september pleitte Jan Jonker voor een rigoureuze aanpak van de transitie naar een circulaire economie. De toespraak viel samen met zijn afscheid als hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Wat is jouw definitie van circulariteit?
    “Circulariteit is het organiseren van waardebehoud in kringlopen. We moeten van een economie van weggooien naar een economie van waardebehoud. We dachten dat de bronnen die we hadden in de wereld onuitputtelijk waren, maar dat is niet zo. Bij een economie gebaseerd op waardebehoud is er een materiële of biologische kant, waarbij het gaat om hoogwaardig hergebruik van grondstoffen. En er is een sociale kant, want we gooien ook mensen weg in de manier waarop we de economie nu hebben georganiseerd.”

    Wat kan een bedrijf doen om circulair te gaan werken?
    “Bedrijven moeten over de grenzen van hun eigen organisatie heen kijken, anders zijn de vraagstukken waar ze tegenaan lopen niet op te lossen. Een bedrijf zit in een sector waarin dingen al een hele tijd gaan zoals ze gaan, omdat die sector opereert in een netwerk van wetten en regels die in een ander tijdperk zijn opgesteld. De meeste juridische en boekhoudkundige regels zijn bedacht in de jaren ‘70, toen niemand nog van circulariteit of duurzaamheid had gehoord. Een bedrijf dat circulair wil werken, kan dat speelveld niet in zijn uppie veranderen. Sterker nog: het kan zijn stinkende best doen en alsnog in het weggooi-model worden afgerekend.”

    Dus samenwerken is de sleutel voor verandering?
    “Absoluut, je moet met elkaar toe naar een punt op de horizon. Bedrijven moeten samen gaan kijken welke waarde ze creëren en wat dat juridisch, fiscaal en economisch voor hen betekent. Welke nieuwe verdienmodellen krijgen we dan? Neem bijvoorbeeld afval. Vaak geldt iets als afval op het moment dat het een bedrijventerrein verlaat, terwijl dat maar weinig zegt over de bruikbaarheid als grondstof voor een ander proces. Er zijn regels over hoeveel gerecycled materiaal in stofzuigers en koffiezetapparaten mag zitten. Die regels zijn een halve eeuw geleden bedacht en verhinderen nu dat we meters kunnen maken.

    Als je nog een stap verder kijkt, zijn de internationale boekhoudregels gebaseerd op afschrijving in plaats van waardebehoud. Boekhoudkundig is het volstrekt oninteressant om aan circulariteit te doen. De transitie naar een circulaire economie zal op al deze niveaus, van bedrijven tot boekhoudregels, moeten plaatsvinden.”

    Maar er gebeurt toch al best veel op het gebied van circulariteit?
    “Het zijn allemaal losse postzegeltjes, een pilotproject hier en daar. Er wordt door iedereen keihard aan getrokken, maar als het klaar is, sterft zo’n project een razendsnelle dood en komt het niet terecht in het maatschappelijke netwerk van afspraken en regels. Ik zie wel lichtpuntjes, maar dat zijn eerder glimwormpjes dan schijnwerpers. Het hotelwezen zet heel voorzichtig stappen in de goede richting, net als de sloopbranche en de AGF-sector (aardappelen, groenten, fruit). Om grootschalig richting circulariteit te gaan, moeten we de spelregels veranderen.”

    Wat betekent dat dan, de spelregels veranderen?
    “We geven in Nederland jaarlijks acht miljard euro uit aan fiscale voordelen voor de fossiele energiesector. Als we dat in tien jaar afbouwen en in de verduurzaming van de energievoorziening stoppen, veranderen we de spelregels. Duurzaamheid is geen kwestie van technologie maar een politieke keuze. In Denemarken is dit voorjaar een wet aangenomen die het parlement in staat stelt de regering naar huis te sturen als ze hun duurzame beloften niet nakomen. Zo kan het ook.”

    Wat zou je doen als je nu premier was?
    “Dat lijkt me een buitengewoon lastige baan, omdat je de hele tijd allerlei problemen op je bord hebt. Maar als ik nu premier was, zou ik een overstijgende politieke visie voor de toekomst willen creëren, in weerwil van de waan van de dag. Waar willen we als Nederland in 2030 zijn en hoe gaan we daarnaartoe?”