Bouw

De gebouwde omgeving is in Nederland (samen met de GWW) verantwoordelijk voor ongeveer 50 procent van het totale grondstofverbruik. Ook gebruikt de gebouwde omgeving zo’n 40 procent van de totale energie en 30 procent van al het water. Meer circulair worden zet dus zoden aan de gebouwde dijk.

Circulaire bouw

Naast nieuwbouwprojecten moet er de komende jaren ook in de bestaande bouw veel gebeuren, vooral om de gebouwde omgeving energieneutraal te maken. Vanuit die grote opgave liggen er in de bouw veel kansen om met het circulaire gedachtegoed aan de slag te gaan.

Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) stelt daarom drie hoofddoelen voor 2035: meer grondstoffen behouden door recycling (minimaal 82%), primaire grondstoffen vervangen door secundaire en biobased materialen (minimaal 55%), en het totale grondstoffengebruik verlagen met 15% ten opzichte van 2016.

Meer weten over GWW?

Lees meer over circulair inkopen binnen de GWW:

Aspecten van circulaire bouw

Voor een circulaire gebouwde omgeving zijn twee principes het meest relevant:

  • Circulair ontwerp en assemblage.
  • Circulaire materiaalkeuze.

Zorg dat je je circulaire ambitie altijd valideert in een marktconsultatie, omdat de aandachtspunten per opgave kunnen verschillen.

Gebouwelementen en levensduren

Een gebouw bestaat uit verschillende elementen. Ieder element heeft een eigen functie en een eigen levensduur. Dit is samengevat in het onderstaande model, waarin je zes ‘schillen’ van een gebouw ziet. Ter illustratie: een gevel (skin) heeft een technische levensduur van zo’n 20 tot 40 jaar, terwijl de inrichting (space plan) een levensduur heeft van zo’n 10 jaar.

Daarnaast kan het zo zijn dat je een tijdelijke behoefte hebt voor een bepaalde functie. Ook ‘tijdelijke’ panden vallen – vanwege hun losmaakbaarheid – onder de noemer ‘circulair’. Voorbeelden zijn de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam en horecagelegenheid The Green House in Utrecht.

Circulaire ontwerpstrategieën

In het ontwerp van een gebouw kun je verschillende circulaire strategieën toepassen. Zet daar afhankelijk van het type gebouw, de opgave en soms de ‘laag’ van een gebouw in op een van deze strategieën:

  • Design for durability: Ontwerp voor een lange levensduur, waarbij tijdens de levensduur nauwelijks nieuw materiaalverbruik nodig is (voorbeeld: robuuste materialen).
  • Design for standardization: Ontwerp voor standaardisatie, waarbij je – als gevolg van standaard-maatvoering – aanpassingen relatief eenvoudig kunt doorvoeren (voorbeeld: standaardmaat balken en pilaren toepassen).
  • Design for repairability: Ontwerp voor eenvoudig herstel, wat de levensduur van gebouwen kan verlengen (voorbeeld: toepassen toegankelijke verbindingen).
  • Design for flexiblity: Ontwerp voor flexibiliteit, waarbij je eenvoudig aspecten in het gebouw tussentijds kunt aanpassen (voorbeeld: ruime maten tussen pilaren en flexibele tussenwanden).
  • Design for disassembly: Ontwerp voor toekomstige demontage, waarbij je onderdelen eenvoudig kunt loshalen (voorbeeld: toepassen droge verbindingen).

Neem deze ontwerpstrategieën op als gunningscriteria of minimumeisen in je aanbesteding. Vraag ontwerpers expliciet welke strategie(ën) zij toepassen en waarom die passen bij jouw project.

Circulaire materiaalkeuze: nieuw of hergebruikt?

Materiaalkeuze is een belangrijk aspect bij circulair bouwen. Daarbij heb je verschillende mogelijkheden voor ‘circulair materiaal’:

  • Hergebruikte producten (zoals hergebruikte deuren, sanitair of raamkozijnen).
  • Hergebruikte materialen of producten met gerecyclede content (zoals beton met hergebruikt betongranulaat of tussenwanden van geperst resthout).
  • Toekomstig herbruikbare materialen of producten (zoals een in elkaar klikbaar gevelpaneel of demontabel skelet van een gebouw).
  • Biobased producten (zoals gevelelementen van accoyahout of bamboevloeren).

Het Bouwmaterialenakkoord (2025) biedt concrete handvatten: Deze routekaarten geven richting aan marktbeschikbaarheid en innovaties per materiaalketen.

Maak een keuze die past bij de context van jouw project. Combineer je een sloop- met een bouwopgave, en vinden die na elkaar plaats? Zoek dan naar mogelijkheden om materialen uit de sloop te gebruiken bij de nieuwbouw. Daarbij is het belangrijk om goed naar de timing te kijken, zodat je de materialen ook daadwerkelijk kunt toepassen. Bouw je een nieuw gebouw in een natuurlijke omgeving? Leg dan de focus bijvoorbeeld meer op biobased materialen.

Secundaire bouwgrondstoffen

Op dit moment komt slechts een klein deel van bouw- en sloopafval terug in zijn oorspronkelijke vorm. De meeste sloopgrondstoffen worden laagwaardig verwerkt of verbrand, terwijl hoogwaardig hergebruik veel milieuwinst oplevert. Secundaire bouwgrondstoffen zoals gerecycled betongranulaat, hergebruikte klinkers of lokale grondstromen (klei, zand) kunnen primaire grondstoffen vervangen.

  • Combineer je een sloop- met een bouwopgave? Zorg dat beide projecten op elkaar aansluiten in timing, zodat je materialen direct kunt hergebruiken.
  • Stimuleer lokaal hergebruik van grondstromen bij grondverzet. Dit bespaart kosten, vermindert transport en is beter voor biodiversiteit als de biologische waarde van de grond behouden blijft.
  • Neem concrete eisen op over het gebruik van secundaire grondstoffen in je bestek. Bijvoorbeeld: ‘minimaal 20% gerecycled betongranulaat in nieuw beton’ of ‘hergebruik van bestaande bestrating waar mogelijk’.

Verschillende regio’s werken samen in Circulaire Deals om secundaire grondstoffen lokaal beschikbaar te maken en af te zetten. Sluit hier bij aan om toegang te krijgen tot beschikbare materiaalstromen.

Materialenpaspoort

Wil je inzichtelijk hebben wat er in een gebouw zit? Vraag in dat geval om een materialenpaspoort. In zo’n paspoort staat uit welke materialen en componenten een gebouw bestaat, op welke plaats deze materialen en componenten zich bevinden, en hoe je deze onderling uit elkaar haalt. Er zijn verschillende systemen waarmee je materiaalpaspoorten kunt genereren.

Vanuit Platform CB’23 zijn er afspraken gemaakt over het soort informatie dat van een gebouw wordt vastgelegd en de wijze waarop dit gebeurt. Het doel van deze afspraken is te zorgen voor een uniforme werkwijze bij het creëren van paspoorten voor de bouw. De afspraken zijn te bekijken in deze leidraad.

Sinds 2025 wordt er gewerkt met een digitaal materialenpaspoort voor beton. Dit maakt het eenvoudiger om betonstromen te volgen en circulair te verwerken. Vraag bij aanbestedingen naar dit digitaal materialenpaspoort als onderdeel van je circulariteitseis.

Circulair slopen

Moet een pand toch worden gesloopt of worden gedemonteerd? Bepaal dan de mogelijkheden voor maximaal hoogwaardig hergebruik van het vrijkomende materiaal. Afhankelijk van de staat van het gebouw kunnen er onderdelen zijn die je elders kunt gebruiken. Kan dat niet meer? Stuur dan op hergebruik van materiaal.

Een belangrijk aandachtspunt bij ‘circulair slopen’ (in feite demonteren) is dat dit meer tijd en arbeid kost dan traditionele sloop van een pand; het netjes uit elkaar halen van onderdelen duurt langer dan een klap met een sloopkogel, maar zorgt dat materialen hun waarde beter behouden. Het is dus belangrijk om voldoende tijd te nemen voor de sloop. Houd hiermee rekening tijdens je aanbestedingstraject.

Bekijk voor tips en voorbeelden van circulair slopen en duurzaam vastgoedbeheer de Routekaart verduurzamen van het Rijksvastgoedbedrijf, met handige standaardaanpakken en best practices voor Rijks- en Defensievastgoed.

  • De Aanpak Circulair Slopen en Hergebruik biedt concrete handvatten: voor circulair slopen en een afwegingskader voor circulair ontwerpen. Gebruik deze als leidraad bij het opstellen van je aanbestedingseisen.
  • Viaducten en bruggen: Vanaf 2030 moet voor alle vrijkomende onderdelen een hergebruikscan worden gedaan. Vermeld dit op tijd in contracten en planning, zodat aannemers kunnen inzetten op hergebruik en zo bijdragen aan circulaire infrastructuur.

9 circulaire gebouwen, 9 circulaire definities

Er is niet één definitie van een ‘circulair gebouw’. De verschillende circulaire gebouwen die op dit moment in Nederland vaak als voorbeeld worden gebruikt, hebben ieder een eigen onderscheidend verhaal – en daarmee andere aspecten op wat hen circulair maakt. Negen voorbeelden:

  • Circulaire schoolgebouwen Amsterdam: Is een innovatiepartnerschap van de gemeente om samen met marktpartijen en scholen flexibele, duurzame en toekomstbestendige schoolgebouwen te ontwikkelen.
  • Park 2020, Hoofddorp: een nieuw bedrijventerrein, dat is gebouwd op basis van cradle-to-cradle principes. Om hogere productiviteit en lager ziekteverzuim te realiseren is gebruikgemaakt van gezonde materialen.
  • Stadstuin Overtoom, Amsterdam: een sloop-nieuwbouwopgave, waarbij meer dan 95 procent van de materialen van de sloop is toegepast in de nieuwbouw.
  • Alliander, Duiven: een grootschalige herhuisvesting, waarbij de bestaande gebouwen zijn behouden en veel waardebehoud van materialen heeft plaatsgevonden. Uitgangspunten zijn hier de toekomstige demontabiliteit en hergebruik van materialen.
  • Stadskantoor, Venlo: een nieuw stadskantoor, dat ook ontworpen is op basis van cradle-to-cradle-principes. In Venlo is dit gedaan vanuit de intentie om een gezondere stad te creëren (door luchtzuivering buiten met een groene wand) en een gezondere werkomgeving te creëren (door veel licht, groen en verse lucht binnen).
  • Tijdelijke Rechtbank, Amsterdam: een tijdelijk en demontabel gebouw, dat voor vijf jaar is gerealiseerd vanwege de sloop en nieuwbouw van de rechtbank van Amsterdam. Het gebouw wordt na zijn levensduur uit elkaar gehaald en kan elders weer worden gemonteerd.
  • Royal HaskoningDHV, Amsterdam: een nieuw gecreëerde kantooromgeving in een bestaand pand, dat na een eerdere functie als autodealer al enkele jaren leeg stond en naar verwachting op termijn was gesloopt. Bij de herinrichting is veel hergebruikt materiaal toegepast.
  • Circl, Amsterdam: een horecapaviljoen gebouwd met zo veel mogelijk hergebruikte materialen. Ook is het gebouw volledig demontabel, omdat eigenaar ABN Amro hiermee wil experimenteren.
  • The Green House, Utrecht: een demontabel horecapaviljoen gebouwd als tijdelijk onderkomen voor 10 jaar. Veel gebouwonderdelen zijn hergebruikt of worden ‘as-a-service’ afgenomen.

Wet- en regelgeving

Houd rekening met de volgende wet- en regelgeving bij het voorbereiden van je bouwproject:

  • MPG-eis (Milieuprestatie Gebouwen): De bouwregelgeving verplicht je om te sturen op een steeds lagere milieubelasting door duurzame en circulaire materialen te kiezen. Vanaf juli 2026 worden deze eisen verder aangescherpt.
  • Milieukostenindicator (MKI): De MKI vat milieubelasting samen in één getal:  lager is beter. Nu vrijwillig bij GWW, straks verplicht bij infrastructuur. Stel een maximale MKI-waarde als eis of maak MKI-reductie onderdeel van je gunningscriteria.
  • Wetsvoorstel Milieuprestatie-eisen GWW: Het stellen van milieuprestatie-eisen wordt verplicht bij aanbestedingen van wegen, bruggen en waterwerken. Dit geeft alle opdrachtgevers dezelfde systematiek en aannemers investeringszekerheid om te verduurzamen.
  • Circulair Materialenplan (CMP): Vanaf eind 2025 gelden minimumstandaarden voor afvalverwerking. Gemeenten en omgevingsdiensten controleren dit. Vraag je aannemer hoe afval wordt gescheiden en verwerkt, leg dit vast in je contract en vraag om rapportages.

Artikelen

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van nieuws, tips en events over circulair inkopen in de toekomst.