Circulair inkopen bij Eurofiber: begin waar je impact zit

Latest update:
Index

    Een glasvezelbuis die vandaag de grond in gaat, ligt er over veertig jaar nog. Je koopt één keer in. Daarna ligt die keuze decennia in de grond. Minder afhankelijk worden van schaarste en materialen behouden: daar draait circulair inkopen om.

    Bij Eurofiber zit 97% van de uitstoot bij leveranciers. Inkoop is daar geen bijzaak, maar de belangrijkste knop. We spraken Norian Wasch, Group Director Procurement en ESG bij Eurofiber, over hoe je die knop gebruikt.

    Wie bepaalt eigenlijk je footprint?

    Eurofiber beheert meer dan 77,500 km kilometer glasvezelnetwerk in de Benelux, Frankrijk en Duitsland, en 8 datacenters. Onze klanten zijn onder andere overheden, ziekenhuizen en telecombedrijven. Sinds 2019 geldt het netwerk in Nederland als vitale infrastructuur: bruggen, sluizen en stoplichten draaien hierop.

    ‘ESG (Environmental, Social en Governance) zit bij bedrijven vaak bij finance of bij governance’, zegt Wasch. ‘Bij ons is de combinatie met inkoop juist logisch, omdat we daar veel impact maken. Onze scope 1 en 2 is samen ongeveer 3%. De andere 97% is scope 3, en dat is volledig de keten met onze leveranciers en investeringen. Scope 1 en 2 gaan over Eurofiber’s eigen uitstoot en ingekochte energie. Samen vormen die ongeveer 3% van onze CO₂-voetafdruk. De overige 97% zit in scope 3: de uitstoot in de keten, vooral bij leveranciers, aannemers, materialen en ingekochte producten en diensten.

    Dat verandert je rol. Je selecteert niet alleen leveranciers en sluit contracten, je bent een aanjager van verandering in de keten. Bij elke inkoopbeslissing kies je hoe je omgaat met energieverbruik en circulariteit. Dus niet achteraf een probleem oplossen, maar vooraf zorgen dat het meteen goed gaat.’

    Waar begin je?

    ‘Toen we het een aantal jaar geleden over duurzaamheid hadden, ging het gesprek al snel over koffiebekertjes of mokken’, zegt Wasch. ‘Die zitten in die 3%. Ik zeg niet dat het onbelangrijk is, want in 2040 moet alles naar nul. Maar het is niet waar wij mee zouden moeten beginnen.

    Inzicht krijgen met data is de eerste stap. Dan weet je waar je impact maakt en waar niet. Daarnaast volgen we sinds 2022 de ISO 20400, de richtlijn voor duurzaam inkopen. Daarmee loop je elke stap van je inkoopproces langs, van je eisen tot het contract en de gesprekken over prestaties. Dat maakt het gesprek makkelijker op alle niveaus.’

    Hoe krijg je 1.600 leveranciers mee?

    Eurofiber en de Eurofiber Group geven jaarlijks meer dan 200 miljoen euro uit bij ongeveer 1.600 leveranciers. Zestig daarvan zijn strategisch: aannemers, materiaalleveranciers en leveranciers van netwerkapparatuur. Daar begon het.

    ‘In 2022 zijn we gestart met een Supplier Manifesto’, zegt Wasch. ‘Dat is een bijlage bij onze overeenkomsten waarin onze langetermijndoelen staan, met de boodschap: dit halen we alleen met jullie. Daarnaast organiseren we elk jaar een Supplier Event over duurzaamheid, met een award voor de leverancier die het meeste bijdraagt.

    We zien verschillen in volwassenheid, per leverancier en per land. We zeggen dus niet: je bent te laat, dus je bent eruit. En we duwen het niet zomaar de keten in. We gaan in gesprek over wat zij wel kunnen. Zolang partijen dat gesprek voeren en we samen stappen zetten, gaan we door. Is iemand daar niet toe bereid, dan zoeken we een alternatief.’

    Hoe maak je circulariteit meetbaar?

    In 2030 moet alles wat nieuw het netwerk in gaat circulair zijn. Maar hoe vergelijk je dan vier leveranciers met elkaar?

    ‘Een heldere methode was er nog niet’, zegt Wasch. ‘Daarom werken we met de Circular Transition Indicators, die uitdrukken welk deel van je inkoop uit hergebruikt materiaal bestaat. Van een aantal leveranciers hebben we de eerste cijfers binnen.

    Voor CO2 liepen we tegen hetzelfde aan. Voor onze sector bestonden nog geen Environmental Product Declaration (EPD’s), milieuverklaringen die per product laten zien hoeveel impact erin zit. Samen met branchevereniging NLconnect en onze kabelfabrikant hebben we er een opgesteld voor kabels. Die is goedgekeurd en inmiddels met trots wereldwijd beschikbaar.

    Van leveranciers vragen we nu ook LCA’s, levenscyclusanalyses van de producten die we inkopen. Bij aannemers werkt dat niet, want die leveren diensten. Daar kijken we naar hun eigen uitstoot en halen daar ons aandeel uit.’

    Circulariteit is bij ons geen afvalverwerkingsprogramma. Het gaat erom dat we ons netwerk zo ontwerpen dat het langer waarde behoudt.

    Norian Wasch

    Wat levert dat op?

    De glasvezelbuis laat het duidelijkst zien wat die dialoog oplevert. Die was eerst helemaal van nieuw plastic gemaakt.

    ‘Nu hebben we een buis waarvan 95% uit gerecycled materiaal bestaat’, zegt Wasch. ‘Net geen 100%, omdat er een gekleurd lijntje doorheen loopt. Daaraan zien we bij het opengraven dat het onze buis is, en met gerecycled materiaal kun je die kleur niet garanderen.

    Kwaliteit blijft de randvoorwaarde. Het netwerk is vitaal en we willen niets riskeren. We kunnen dus niet even uitproberen of een buis het houdt. Alle acht luchthavens van Nederland zitten via Luchtverkeersleiding Nederland op ons netwerk. Je wilt niet dat Schiphol uitvalt door een buis. Daarbij gezegd, in werkelijkheid heeft Eurofiber Schiphol viervoudig redundant aangesloten om te voorkomen dat dit gebeurt.

    En het is nooit af. Het gerecyclede materiaal komt nu uit het productieverlies van de fabrikant zelf. Dat werd eerst weggegooid, dus dat is winst. Maar we willen naar plastic uit andere productieprocessen. Dan pas je pas echt recycling toe.’

    Waar staat Eurofiber op de R-ladder?

    De R-ladder beschrijft negen stappen om grondstoffen in de keten te houden, van Refuse bovenaan tot Recover onderaan. Hoe hoger, hoe minder grondstoffen je verbruikt.

    ‘Wij gebruiken de ladder vooral om het gesprek over circulariteit te voeren’, zegt Wasch. ‘Het allerbeste is iets niet inkopen, maar dat kan bij ons niet: we leggen zelf netwerken aan en daar heb je buizen en kabels voor nodig. We zitten we vooral op R2-Reduce, R3-Reuse en R4-Repair:  minder gebruiken, hergebruiken en opknappen. Daarom kijken we ook naar het ontwerp: hoe gebruiken we zo min mogelijk kabels en buizen? En we graven het bestaande netwerk niet open om er gerecyclede buis in te leggen. Dat is niet duurzaam, en het belast de omgeving.’

    Waar begin je als inkoper?

    ‘Er wordt vaak gezegd dat verduurzamen alleen maar geld kost’, zegt Wasch. ‘Ik zie juist vaak dat het kostenneutraal kan.

    Wacht ook niet tot je data compleet is. Maar begin gewoon om één inkoopgroep te kiezen waarvan je zegt: hier gaan we starten. Ga met die leveranciers in gesprek en leg samen een paar afspraken vast. Alles wat wij nu doen, komt voort uit een start van vijf of zes jaar geleden.

    En laten we van circulair inkopen naar circulair opdrachtgeverschap gaan. Dat het onderdeel wordt van je bedrijfsvoering, in plaats van een los programma ernaast. Je bent dan niet traditioneel aan het onderhandelen met leveranciers. Je ontwikkelt samen met hen een nieuwe oplossing, vanaf het begin. Zo wordt circulair inkopen geen apart duurzaamheidsproject, maar een manier van werken: beginnen waar de impact het grootst is, samen met leveranciers stappen zetten en vandaag keuzes maken die het netwerk van morgen sterker en duurzamer maken.

    Meld je aan voor de nieuwsbrief

    Schrijf je in voor de nieuwsbrief en we houden je op de hoogte van nieuws, tips en events over circulair inkopen in de toekomst.